We moeten wat doen!

Mensen worden zich steeds meer bewust van de gevolgen van hun handelen voor de aarde. Jonge klimaatactivisten begrijpen niet dat regeringen niet meer doen en gaan zelf tot actie over. De Zweedse middelbare scholier Greta Thunberger is zelfs een mediaster geworden. Ook dichter bij huis, in de vrienden- en kennissenkring en op ons werk, wordt actie bewonderd. Passiviteit wordt vaak afgekeurd.

Politici praten graag over dingen die ze snel willen veranderen. Hun toon klinkt dan algauw alsof veel anders moet en kan gebeuren. Maar als bijvoorbeeld een journalist doorvraagt hoe zaken anders en concreet aan te pakken, wordt het soms stil.

De titels van de beleidslijnen van de huidige Europese Commissie ‘Nieuwe start voor Europa’, het regeerakkoord kabinet-Rutte III ‘Vertrouwen in de toekomst’, het nieuwe Limburgse Collegeprogramma ‘Vernieuwend Verbinden’ of het hoofdlijnenakkoord ‘Maastricht onbegrensd en ontspannen’ van de coalitie in de Gemeenteraad klinken niet activistisch. De inhoud probeert dat weldegelijk te zijn. Geen politicus wil horen dat zijn plannen slap worden genoemd.

Het CDA-Maastricht is de verkiezingen van 2018 met een gedegen verkiezingsprogramma ingegaan. En met succes.

Als je wil weten wat het CDA-Maastricht en de coalitie gaan doen is er veel te lezen. De meeste burgers lezen en horen liever een beperkt aantal actiepunten die duidelijk maken waar een partij voor staat. Dat is in verkiezingstijd heel gebruikelijk. Waarom dat niet ook in de jaren tussen de verkiezingen te doen? Het is bovendien eenvoudiger voor zowel de burger als de politici om te weten waarop je elkaar kunt afrekenen.  

Een partij met een herkenbaar politiek beeld schept duidelijkheid én vertrouwen. Als een burger zegt ‘Ik weet wat ik aan deze partij heb’ is dat een belangrijke stap naar vertrouwen, de basis voor een hechte relatie.

Enkele aansprekende actiepunten kiezen, een herkenbaar politiek beeld scheppen en het vertrouwen winnen. Zo eenvoudig werkt het niet altijd in de praktijk. Op alle politieke niveaus, van Europa tot Maastricht, is moeilijk te voorspellen wat de actuele thema’s zullen zijn. De waan van de dag ligt altijd op de loer. Daar helpen geen duidelijke speer- of actiepunten aan, hoe nuttig die ook zijn.

Gelukkig heeft het CDA een troef in de hand: zijn uitgangspunten! Rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid en solidariteit klinken soms wat gedateerd, maar kunnen gemakkelijk eigentijds vertaald worden. In politieke afwegingen over zaken die al of niet in het partijprogramma staan kun je dan vragen stellen als: Hoe duurzaam is dit voorstel en wat betekent dit besluit voor mijn generatie en wat voor mijn kinderen en kleinkinderen? Kunnen de burgers in deze buurt dit echt niet zelf en of zelfs beter dan de gemeente oplossen? Maakt dit voorstel het leven van de mensen een beetje aangenamer? Worden mensen hier enthousiast van en pakken ze het samen op?

Speer- en actiepunten kiezen is nodig, maar vergeet de kracht van de uitgangspunten niet. Ook uitgangspunten scheppen een beeld en hun ‘tijdloosheid’ leidt zelfs eerder tot vertrouwen. Uitgangspunten zijn er om de speer- en actiepunten voortdurend te toetsen, Maar ze zijn er ook om een mening te vormen over onderwerpen die plotseling actueel worden. Een mooi voorbeeld daarvan stond de vorige week in alle media.   

De Sociaal Economische Raad (SER), een belangrijke adviseur van het kabinet, heeft het rapport Hoge verwachtingen gepubliceerd. In de SER zitten vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen, vakbonden en wetenschappers. Dit rapport werd voor een groot deel opgesteld door hun jongerenorganisaties.

In het rapport stelt de SER dat de jongere van vandaag alles tegelijk moet: snel goede studieresultaten halen, bijbanen hebben, vrijwilligersbaan of bestuursfuncties hebben, een actief studentenleven leiden enz. Het gevolg is dat veel jongeren in de problemen komen. Een actueel voorbeeld is het leenstelstel voor studenten.

De SER heeft een onthullend rapport geschreven, om van te schrikken. Het rapport laat het niet bij een inventarisatie van wat gaande is onder jongeren. Het doet ook aanbevelingen. De SER bepleit een ‘generatietoets’ waarmee een kabinet alle plannen op de gevolgen voor jongeren én diverse generaties checkt. Dat zou een CDA-aanbeveling kunnen zijn, gevoed door rentmeesterschap, publieke gerechtigheid en solidariteit

Het is belangrijk om te weten wat we moeten doen. Dat betekent niet dat we gelijk iets moeten doen. We moeten ook een idee hebben van hoe het te doen. 

Niet alleen de wijs- en middelvinger gebruiken, maar alle vingers en elkaar de hand geven, aan tafel zitten, luisteren, koers uitzetten, aanhouden en uitleggen. En altijd denken aan alle mensen, en niet alleen aan een of enkele groepen.

Onderschat de burger niet. Soms praat de politiek in te simpele oplossingen. De burger is niet gek, die weet heus wel wat haalbaar is.

Politici, vertel gewoon wat er aan de hand is. Leg uit wat je wel en niet weet. Daar is niks mis mee. Dat schept vertrouwen. En dat is wat de meeste mensen beweegt bij het stemmen: ik vertrouw die man of vrouw.

Als het CDA vindt ‘we moeten wat doen’, is daarover nagedacht. Soms lang over nagedacht. En is met veel mensen gepraat. Maar daarna wordt besloten en concreet uitgelegd wat er hoe gaat gebeuren.

De fractie en het bestuur van CDA-Maastricht leggen graag uit waarom ze wat doen. Reageer op hen. Doe dat met een simpel goed of niet goed, of zet je mening op papier. Om dat te kunnen doen hoeft je geen lid van het CDA te zijn. De mening van alle burgers telt.

‘We moeten wat doen!’ Prima oproep, als we weten hoe het te doen.

Willem Wolters

Close