Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content

Over de os en de ezel in de kerststal

Door Willem Wolters

Zullen de opgang en de neergang van Donald Trump en Thierry Baudet een voetnoot zijn in de geschiedenis van de eerste decennia van de 21ste eeuw? Misschien, maar belangrijker is waarom zij konden opduiken. 

Trump is afgeschoten, Baudet aangeschoten, en de rust lijkt weergekeerd. Vergeet het maar. De redenen waarom deze twee mannen bij velen populair waren en nu – bij wat minder mensen- nog zijn, gelden nog steeds. Hier moeten we aandacht aan schenken, willen we een brede volkspartij zijn.  Trump en Baudet speelden, ieder op hun eigen manier, slim in op onvrede en frustratie. Zij wisten onwaarschijnlijke combinaties van kiezers achter zich te verzamelen: lager opgeleiden en hoger opgeleiden, arm en rijk, platteland en stad. Trump deed dat zelfs tweemaal. Let wel, Trump had in november meer stemmen dan vier jaar geleden. Zowel Trump als Baudet zetten zich met succes af tegen de zogenaamde linkse elite. Zelfs minister-president Rutte praat over ‘witte wijn sippende elite uit Amsterdam’. In de geschiedenis hebben we vaker gezien dat burgers in opstand komen tegen een groep waarvan men denkt dat die politieke en/of culturele macht heeft. Dit afzetten tegen ziet men duidelijk terug in opeenvolgende kunststromingen. 

De VS en Nederland lijken niet op elkaar, maar in beide landen gaan politieke tegenstellingen steeds vaker tussen hoger- en lager opgeleiden en tussen grote stad en regio lopen. In de moderne economie is de dienstensector veel groter dan de maakindustrie. Lager- en middelbaaropgeleiden hebben het dan moeilijk. De moderne economie bloeit vooral in grote steden met veel jonge hoogopgeleiden die nieuwe producten en diensten bedenken. En deze ontwikkeling gaat voorlopig niet veranderen. 

Een politieke partij die in contact wil staan met brede lagen van de bevolking moet weten wat speelt en broeit. Alleen een dergelijke partij kan explosieve mengsels van kiezers met dominante leiders voorkomen. Hoe kun je politiek heel verschillende mensen aanspreken? Hoe doe je dat in Maastricht?

(Tekst loopt door onder de foto)

Om te beginnen, zeg niet dat kiezers gek zijn. Ze doen weleens gekke dingen, maar ze zijn niet gek. Niet iedereen komt even goed uit zijn woorden, maar dat betekent niet dat die persoon niet weet wat speelt en geen verstandige boodschap heeft. Interesse hebben voor mensen, luisteren naar mensen, de verhoudingen en trends zien en vervolgens na een goede discussie hier conclusies en aanbevelingen uittrekken. Dat is een stevige achtergrond om over dagelijkse problemen en oplossingen met veel verschillende mensen te praten. Op deze manier kom en blijf je in contact met mensen uit alle lagen van de bevolking. Maar deze aanpak doet nog iets wat minstens zo belangrijk is. Het biedt perspectief. En dat heeft onze samenleving nu hard nodig. Weten wat speelt en perspectief bieden zijn de ingrediënten voor een verhaal dat pakt. 

Wie zou niet zenuwachtig worden in een wereld die geconfronteerd wordt met economische, demografische, klimaat-, energie- en veiligheidstransities. Dan gaan mensen houvast zoeken bij charismatische leiders die met eenvoudige verhalen appelleren aan de goede oude tijd. Wat hiertegen te doen, Europees, nationaal en in Maastricht? Politici laat horen dat je weet wat speelt. Laat zien dat je kleine en dagelijkse problemen kunt oplossen. Dat schept vertrouwen. Met dat vertrouwen bouwt een politicus het krediet op om noodzakelijke maar niet populaire veranderingen aan de orde te stellen. Dan kunnen speerpunten met succes opgesteld en uitgevoerd worden.  

Hebben we nog iets van Trump en Baudet geleerd? Ja, veel over hoe we dingen niet moeten doen. Maar er is ook nog iets positiefs. Door de twee hebben we ons meer gerealiseerd dat Europa, Nederland en Maastricht voor zichzelf moeten opkomen. We moeten meer zaken zelf regelen en minder afhankelijk zijn, of het nu over voldoende mondkapjes of over nationale veiligheid gaat. Laten we op een verstandige manier werken aan onze autonomie, dan hebben we een kans om onze speerpunten over identiteit, samenleving, economie, zorg en overheid uit te voeren. Wat heeft dat te maken met de os en de ezel in de titel van dit verhaal? 

Wat doen de os en de ezel eigenlijk in de kerststal? In de evangeliën komen ze niet voor. We lezen wel over herders, engelen, wijzen uit het oosten, koning Herodes, maar geen os en ezel. Deze twee dieren verschijnen vanaf de derde eeuw op afbeeldingen van het kerstverhaal. De kerststal, zoals wij die kennen, komt pas in de twaalfde eeuw in beeld. In de boodschap van het kerstverhaal is plaats en aandacht voor iedereen, zelfs voor een os en een ezel. Dat is de symboliek van deze twee dieren. Ook als ze weleens hinderlijk loeien en balken. 

Laat ook in ons christendemocratisch appel plaats en aandacht voor iedereen zijn. Hoe je dat in Maastricht doet? Gewoon af en toe de witte wijn laten staan en een pilsje drinken.  

Willem Wolters 

Close