Tramdossier: CDA voorstander van goede internationale ontsluiting

Het CDA is altijd voorstander geweest van een goede internationale ontsluiting van  Maastricht en een optimale infrastructuur en goede bereikbaarheid van de aangesloten stedelijke gebieden. Helaas heeft de fractie van CDA Maastricht geconstateerd dat bestaande afspraken uit het verleden niet worden nagekomen en verbindingen weinig of verre van optimaal worden gebruikt.

Bestaande IC-verbindingen, zoals naar Aken, Brussel en Luik, zouden geoptimaliseerd moeten worden, zodat onze kennisregio de voordelen van Europa kan benutten om haar economische positie te verbeteren. Wij hebben goede ervaringen met het samenspel van bus en trein en één vervoerder voor meerdere modaliteiten. Internationale verbindingen moeten goed zijn, duurzaamheid is hier bij belangrijk, maar duidelijke financiële- en prestatie-afspraken zijn onontbeerlijk.

Bovenstaande ervaringen hebben geleid tot onderstaande bijdrage van raadslid Peter Geelen namens CDA Maastricht. Deze redevoering is behandeld tijdens de openbare raadsvergadering op 18 december 2012.

Voorzitter,

De afgelopen maanden heeft het CDA veel kritische vragen gesteld, discussies gevoerd en ook goede voorlichting gekregen. Daarnaast heeft het College, het projectteam en de ambtenaren ervoor gezorgd dat veel expertise werd ingekocht om ons van de nodige achtergrondgegevens te voorzien. Wij hebben antwoorden gekregen op veel van onze vragen, maar desondanks zijn er nog altijd teveel onzekerheden, zowel over de financiën, over de grensoverschrijdende politieke afspraken en over de nodige randvoorwaarden.

De tram Hasselt-Maastricht zou wellicht een aanwinst voor onze stad kunnen zijn en moet zeker niet alleen maar voor VIA 2018 worden ontwikkeld. Wij betwijfelen of het draagvlak bij onze burgers groot genoeg is voor dit prestige-project. Wel ziet het CDA dat de noodzaak aanwezig is om de stations-omgeving aan te pakken. Fietsen, scooters, brommers onder de grond en daarnaast het verwezenlijken van extra P&R voorzieningen voor de auto. Ook al het aanzien van de Stationsstraat met zijn nieuwe terrasjes een geweldige uitstraling krijgen. Maar dit zou ook los van het tramproject gerealiseerd kunnen worden.

Ik (Peter Geelen) wil namens het CDA onze bedenkingen in 3 thema’s op een rij zetten.

Thema 1: Financiën Maastricht

1. Investeringskosten gemeente Maastricht 18 milj. (prijspeil 2009), 19 milj. prijspeil 2012. Waar komt dit op uit in 2018? En de jaren daarna?

2. Kostenramingen, een onzekerheidsmarge van 22% buiten stedelijk en 15% voor het binnenstedelijke tracé; Wie betaalt de meerkosten als dit buiten de afspraken ligt? (Was 35%)

3. Verantwoordelijkheid na oplevering voor kosten beheer, instandhouding van tramspoor en onderhoud van infrastructuur aan Nederlandse zijde + bijbehorende voorzieningen. Nadere afspraken moeten nog gemaakt worden voor dekking en zijn ons inzien nog niet zichtbaar (zie projectbesluit 14 nov. 2012 pag. 7, 35). Wat gaat ons dit nog kosten?

4. Ontwerpkosten en scopewijzigingen kunnen de kosten enorm verhogen zegt het college. Onzekerheid alom, of niet?

5. Aanlanding Wilhelminabrug (vork); draagkrachtberekeningen ontbreken evenals bij de keermuur van de lage fronten. Welk risico lopen wij hier?

6. U geeft zelf aan onzekere ramingen, procedures en projectrisico’s;

7. En tot slot het risico van het BTW compensatieverhaal, dat op dit moment niet is te overzien. Dit zou 14,6 miljoen extra betekenen, waarvan ? gemeente?

Thema 2: Afspraken derden

1. In de kaderovereenkomst vastgelegde uitgangspunten worden uitgewerkt in een realisatieovereenkomst en dan kan er in het verdere proces niet meer op worden teruggekomen. Ook moet deze overeenkomst voldoende zekerheid bieden voor de continuïteit in een exploitatieovereenkomst van deze sneltramverbinding voor 35 jaar. Wat komt hier allemaal in te staan? Voor ons een vraag, wij als politiek kunnen dan niets meer doen. Of zien wij dat verkeerd?

2. Kunnen wij dan nog wel versoberen, zoals u aangeeft m.b.t. bijv. Halteplaats Belvedère?

3. Diepenbeek heeft nog geen keuze en afspraak met de Lijn gemaakt. Heeft dit gevolgen voor ons en de voortgang van TVM?

4. Mag een Belgische tram in Nederland rijden? Of moeten daar nadere afspraken over worden gemaakt? Nederlandse regelgeving is zeer complex en er zijn nog veel onzekerheden over het wel of niet toelaten. Ook wederom een financieel risico?

5. De hoogte van de biedingen is een onzekere factor in het hele verhaal. Kostenoverschrijding wie staat aan de lat?

Thema 3: Diversen

1. Reizigerspotentieel is nog altijd niet duidelijk, pas in 2020 als andere Spartacuslijnen klaar zijn krijgt de Lijn een echt beeld, lijn 2 en lijn 3 zijn dan pas klaar en er kan dan pas gekeken worden hoe de dorpen gebruik maken van H-M. Zullen de tarieven niet te hoog zijn? (rondom 10-12 euro);

2. Spoorveiligheid (zie fietsersbond); knelpunten fietsers m.n. Wilhelminabrug. Maatvoering zoveel richting streefmaat werken en niet naar de minimummaat;

3. Fietsenstallingsproblematiek in en om het station (geen onderdeel van TVM) pag. 25 er moet een oplossing komen, wie gaat dat betalen?

4. AZM / UM niet ontsloten, gemiste kans en hoe willen wij de regionale tram van het stationsplein ooit nog laten aansluiten op Randwyck, Eijsden, Visé of Luik?

5. Start tram 5 jaar later dan al eerder gepland (2012 volgens weth. Hazeu). Welke zekerheid krijgen wij dat de tram volledig operationeel is in eerste helft van 2017 en opgeleverd wordt op 1-1-2018?

Voorzitter,
Samenvattend moet het CDA helaas constateren dat de financiële onduidelijkheden en de daarmee gepaard gaande gevolgen erg risicovol zijn. Er moeten nog heel veel afspraken worden gemaakt, en veel hobbels genomen die nu niet te overzien zijn. In een tijd waarin onze gemeentebegroting onder druk komt te staan door landelijke maatregelen, willen wij deze risico’s niet doorschuiven naar de jongere generatie. Ook onze burgers moeten helaas ervaren, dat zij door stapeling van maatregelen het kind van de rekening worden. Daarom kunnen wij u nu geen “Go” geven, omdat wij niet in een later tijdstip geconfronteerd willen worden met aanvullende voorstellen en claims die wij niet kunnen voorzien én accepteren.

De wethouder heeft toegezegd een derde beslispunt toe te voegen aan dit raadsvoorstel nadat meerdere partijen in de raad hun verontrusting over het BTW-verhaal hebben uitgesproken. In dit aangebrachte nieuwe beslispunt moeten de eventuele financiële risico’s en claims worden weggenomen, zodat wij nog steeds – indien onverhoopt dit voorstel wordt aangenomen – de
ontwikkeling van de tram kunnen stopzetten.

Dit nieuwe beslispunt biedt ook geen zekerheid. Ook vragen wij aan andere partijen of zij zich wel realiseren dat zij met beslispunt 3 een blanco cheque afgeven omdat een aanvullend voorstel altijd zal vragen om extra aanvullende financiering.

CDA Maastricht vindt het daarom onverantwoord om in te stemmen met uw raadsvoorstel en zegt duidelijk nee tegen de ontwikkeling van de tram.

Peter H.J. Geelen
Raadslid namens CDA Maastricht en tevens lid Commissie Stadsbeheer, Milieu en Mobiliteit, lid Commissie Economisch en Sociale Zaken en voorzitter A2 werkgroep

Close