Evaluatie Sportnota Meerbewegen 2013 – 2020

2 november j.l. stuurde CDA Maastricht art. 48 vragen waarin werd verwezen naar een aangenomen motie om de aangenomen sportnota regelmatig te evalueren.

21 mei 2013 j.l. is voor sportend Maastricht de nieuwe sportnota Meerbewegen 2013 – 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. CDA heeft tijdens deze beraadslaging een motie ingediend met het verzoek de nieuwe sportnota regelmatig te evalueren. Het dictum luidde;

De sportnota 2020 “Meebewegen” regelmatig te evalueren (met een frequentie van eens per twee jaar) in raad of raadscommissie met de mogelijkheid aanpassingen te doen op basis van de realiteit van dat moment.

Door een genoeg doende toezegging van toenmalig sportwethouder van Grootheest werd deze motie niet in stemming gebracht. De toezegging luidde;

mbt de CDA motie de sportnota 2020 “Meebewegen” regelmatig te evalueren (met een frequentie van eens per twee jaar) in raad of raadscommissie met de mogelijkheid aanpassingen te doen op basis van de realiteit van dat moment. Waarbij hij aantekent dat het geen automatisme is dat een evaluatie ook tot wijziging van de visie zal leiden.

Heden anno november 2016 heeft nog geen evaluatie plaatsgevonden en omdat bij vele verenigingen ruis op de lijn is ontstaan omtrent deze sportnota heeft het CDA de volgende vragen;

  1. Wat is de reden waarom nog steeds geen evaluatie heeft plaatsgevonden over de in 2013 vastgestelde sportnota?
  2. Wanneer bent voornemens deze toegezegde evaluatie alsnog op te pakken?
  3. Wanneer kan de raad deze evaluatie bespreken?
  4. Hoe gaat u sportend Maastricht bij deze evaluatie betrekken?

 

Hierop heeft wethouder Janssen 7 november 2016 geantwoord dat er wel degelijk een evaluatie was geweest en verwees naar de RIB van 25 juni 2015. Onze fractie constateerde dat het hier niet om de in de motie van 21 mei 2013 toegezegde evaluatie ging, maar om een éénzijdig voortgangsrapportage.

Dinsdag 13 december ontving de raad het rekenkamerrapport “sportaccommodatiebeleid gemeente Maastricht”. In de conclusies van genoemd rapport lazen wij dan ook dat de gevraagde en toegezegde evaluatie niet heeft plaatsgevonden en dus, ook volgens de Rekenkamer, niet is voldaan aan de toezegging in de CDA-motie van 21 mei 2013:

“Het sportaccommodatiebeleid in de periode 2008-2016 is niet geëvalueerd, ook niet in 2013 ten behoeve van de nieuwe Sportnota 2020. In deze nota worden regelmatige evaluaties toegezegd. Door het ontbreken hiervan bestaat in 2016 geen goed inzicht in de voortgang van de uitvoering van het beleid. Toen duidelijk werd dat de uitvoeringsplanning niet werd gehaald, is opmerkelijk genoeg het sportaccommodatiebeleid uit 2008 niet bijgesteld, bijvoorbeeld op basis van nieuwe financiële kaders en analyse van trends en ontwikkelingen”(http://www.rekenkamermaastricht.nl/pdf/2016-12-06_Eindrapport_Sportaccommodatiebeleid.pdf)

 

Met deze conclusie van de rekenkamer wil het CDA de wethouder de art. 48 vragen van 2 november opnieuw voorleggen en aanvullen met de volgende vragen;

 

  • Deelt u de conclusie van de Rekenkamer dat er geen evaluatie heeft plaatsgevonden?
  • Bent u nog steeds van mening, na de conclusie van de rekenkamer, dat de raad van juiste informatie is voorzien met de beantwoording van 7 november 2016?
  • Hoe denkt u het afgebrokkelde draagvlak (ook een conclusie van de rekenkamer) door de slechte interactie (uitblijven van gezamenlijke evaluatie) en communicatie met sportend Maastricht te herstellen?

 

Namens CDA Maastricht

 

Mat Brüll,

Jos Gorren

Rob Frambach

Close